The Machine in the Garden - Asphodel (06-2002) - Darkwave

Gepubliceerd op 20 maart 2024 om 14:40

Luisterend naar het album Asphodel van de Amerikaanse formatie The Machine in the Garden uit 2002, openbaart zich een auditieve ervaring rijkelijk ingebed in de schaduwen van darkwave en etherische muzieklandschappen.

Dit introspectieve relaas vangt aan met "Masks," een compositie gehuld in een slepend, dreigend tempo en zang, geweven met een sluier van mysterie die als een dichte nevel om de luisteraar heen hangt. De zang vraagt enige gewenning.

Voortschrijdend naar "Outside," bevindt men zich in een auditief domein waar de buitenwereld onheilspellend en onbegaanbaar lijkt. Een gevoel van desolaatheid omarmt de luisteraar, een memento dat veiligheid slechts een fragiel concept is. "Time," dat hierop volgt, voert ons mee op een odyssee met Afrikaanse ritmes die de geest benevelen en de ziel naar verre horizonten leiden.

Bij aankomst in "Wonderland," klinkt er een verrassend vriendelijkere toon door, die echter een weemoedige nasmaak achterlaat, want juist de schaduwrijke facetten verlenen het album zijn karakter. Summer Bowman’s scherpe vocalen hebben zich inmiddels verankerd in het bewustzijn, als een gids door deze schimmige passage.

"Icarus" daalt neer met een verhaal zo oud als de tijd zelf, echter mist het de scherpte die men wellicht verwachtte; een sentiment dat zich voortzet in "Ghost," waarbij de kenmerkende bite en melodie niet volledig tot hun recht komen. "Open" daarentegen, belichaamt een latent potentieel, smachtend naar een dynamiek die slechts gedeeltelijk wordt verkend.

"Clarity" verschijnt als een baken in de mist, met helderheid die zich voornamelijk in de zang manifesteert. De dageraad breekt met "Dawn," een nummer dat opvalt door zijn aardigheid, maar juist daardoor een vreemde eend in de bijt is binnen dit donkere tableau. "Echo" brengt weer vaart in de reis, hoewel het etiket darkwave hier ter discussie staat.

Voortschrijdend naar de finale, ademen "Cry" en "Seek" nieuw leven in met een hernieuwde melodie die de eerdere monotonie doorbreekt. "One" echter, blijft hangen in een al te bekende resonantie, terwijl "Photographic" zich ontpopt als een glansrijke afsluiter, mogelijkerwijs het juweel van het album.

Ter afsluiting kan men stellen dat "Asphodel" aanvangt als een beloftevol darkwave epos, maar gaandeweg verstrikt raakt in een web van eentonigheid. Dit neemt niet weg dat het album momenten van sonische pracht bevat, die de luisteraar meenemen op een onvergetelijke tocht door duistere, maar betoverende muzikale landschappen.

Waardering: 6,5

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.